Het elfde reisverslag
Een weekje Azië
Zo, dat was weer een kustreis. Vanochtend om half vier zijn we vertrokken uit Yokohama en hebben we koers gezet richting de States.De afgelopen twee weken hebben we 7 haven in drie verschillende landen aangedaan. We begonnen in Dalian (China). Vanuit Dalian zijn we verder de Gele zee (nee, dat water is niet geel, hooguit bruinvan de zooi die erin drijft) op gevaren tot aan Xingang. Xingang is een voorstad van Peking.
In Xingang zijn we naar een soort boulevard geweest waar de lokale Chinees z’n vrije tijd doorbrengt, er stonden wat kermis attracties, je kon er een rondvaart maken en er was een park met allemaal standbeelden van Chinese keizers.
Na Xingang was Qingdao aan de beurt, dit was zaterdag avond, dus dat vroeg om een avondje stappen. Nadat we de taxichauffeur met handenen voeten duidelijk hadden gemaakt waar we naartoe wilde, een plek om een drankje te drinken, konden we op pad. De taxichauffeur bracht ons naar een soort marktpleintje waar allemaal terrasjes en eetstalletjes stonden, en een hoop Chinezen. En die keken hun ogen uit, die zagen volgens mij voor het eerst mensen zonder een gelehuidskleur en spleetoogjes. Gelukkig kwamen we een meisje tegen wat Engels studeerde, die heeft de rest van de avond als tolk geopereerd. En, je kunt zeggen wat je wilt van die Chinezen, maar ze zijn wel gastvrij. Want toen wij daar op dat terrasje zaten kwam de een naar de andere schaal met lekkere hapjes voorbij. Die ons werden aangeboden door de lokale bewoners. En zo werd het een gezellige avond en toen we terug aan boord kwamen kon ik meteen door naar de brug om die klaar te maken voor vertrek.
En zo lieten we China achter ons zetten we koers richting Zuid-Korea. De eerste haven in Korea was Kwangyang. Daar konden we helaas niet weg omdat de hoofdmotor wat aandacht vroeg, en ja dat gaat nu eenmaal alleen als je in de haven ligt.
Dinsdag lagen we in Pusan, de tweede stad en de grootste haven vanKorea. Het was die middag erg lekker weer dus besloot ik er eens met de fiets op uit te trekken. Pusan ligt in een bergachtig gebied, zodra je de haven uitrijdt kun je de bergen in. Dus zo heb ik een tochtje door de bergen gemaakt. Ik ben over de berg gefietst waar Choe Chi-won, een oude Koreaanse keizer heeft gewoond, en volgens de legende zou zijn geest nog steeds op die berg rondspoken. Verder ben ik op de plek geweest waar in 1797 de Engelsen voor het eerst voet op Koreaanse bodem hebben gezet. Jaja, ik heb me verdiept in de lokale cultuur.
Vanuit Pusan zijn we overgestoken naar Japan, waar we twee havens aan de zuid kant hebben aangedaan.
Donderdag lagen we in Nagoya. En zoals het hoort op donderdag, avondstudenten stap avond zijn we nog even weg gegaan. Na even zoeken zijn we in en typische Japans barretje terecht gekomen. En daar viel meteen het grote verschil op tussen Japanners en Chinezen. Want voor je die bar in mocht moest je eerst je schoenen uit doen en kreeg je een vochtig doekje om je handen schoon te maken. Dat is toch wel een heel verschil met China waar het huisvuil gewoon in de goot word gegooid en de etensresten op de grond liggen.
Na Nagoya was Yokohama, een haven vlak naast Tokio als laatste aan de beurt. Daar zijn we vanochtend dus vertrokken. En ondertussen zitten we al weer midden op de oceaan.


